Gottlieb
Daimler was de eerste man die gebruik maakte van een
verbrandingsmotor in een wegvoertuig.
Daimler
ontwikkelde in 1885 in het Duitse Canstatt de Einspur, 's werelds
eerste motorfiets. In 1886 ontwikkelde hij als eerste een vierwielig
motorvoertuig.
Daimler zou op basis van dit voertuig een bedrijf opzetten voor de
productie van auto's, samen met Wilhelm
Maybach,
die veel van de techniek uitvond. In 1890 werd de Daimler Motoren
Gesellschaft (DMG) gesticht te Cannstatt bij Stuttgart. De auto's
kregen aanvankelijk de merknaam Daimler.
Vanaf 1899 promote en lanceerde Emil
Jellinek
Daimler automobielen in race meetings, waar hij zou racen onder zijn
pseudoniem 'Mercédès', de naam van zijn 10-jarige dochter.
Oorspronkelijk
gebruikte Jellinek de naam niet als een merk, maar meer als een team-
en rijdersbenaming. April 1900 sloot Jellinek een afspraak met DMG,
betreffende de omzet van de Daimler-auto's en motoren. Deze beslissing
werd genomen om een nieuwe motor te ontplooien, houdend aan de naam
"Daimler-Mercedes"
Carl Benz
startte zijn bedrijf Benz & Co in 1883, in Mannheim het zuid
westen van Duitsland om industriële machines te produceren. Hij was
bezig met de ontwikkeling van tweetaktmotoren, door vele uren
ontwikkeling is een watergekoelde motorvoertuig op drie wielen ontstaan
met één cilinder. Het eerste prototype reed op de openbare weg in 1885
door Mannheim.
29 januari 1886 vroeg Carl Benz in Berlijn patent aan voor zijn
driewielige motorwagen.
Sindsdien geldt deze dag als de officiële geboortedag van de eerste auto.
In 1888 is de eerste langeafstandsrit met een automobiel gemaakt door
zijn vrouw Bertha
Benz,
van Mannheim naar Pforzheim (194 km) en daarbij werd de allereerste
'tankstop' door een auto gemaakt bij een drogist in Wiesloch en
liet bij een lokale schoenmaker de eerste remvoering aanbrengen, in de
vorm van leren lappen, op de remblokken.
De autosportgeschiedenis van Daimler en Benz begint in 1894.
In dat jaar vond op 22 juli de allereerste autorace, of eigenlijk
betrouwbaarheidstest, in de geschiedenis van de mensheid plaats, de
Concours des Voitures sans Chevaux – wedstrijd met karren zonder paard,
in het Nederlands. Op dit concours, beter bekend als Paris-Rouen,
had Benz een wagen voor Emile Roger geprepareerd en reden 4
coureurs in, door Daimler-Motoren-Gesellschaft ontworpen, Panhards. Ook
reden de Peugeot’s, die als eerste en tweede eindigden, met een Daimler
motor.
Beide bedrijven blijven hun eigen automerk en interne verbrandingsmotor
produceren tot 28 juni 1926, toen Benz & Cie en Daimler Motoren
Gesellschaft formeel wordt samengevoegd tot Daimler-Benz
AG
(Aktiengesellschaft) en wordt overeengekomen dat de merknaam Mercedes-Benz
gebruikt wordt voor hun auto's.
De naamgevers en grondleggers hebben trouwens niets met die fusie
van doen gehad. Daimler overleed al in 1900 en Benz trok zich lang voor
’26 uit de fabriek terug.
Benz
Patent-Motorwagen 1886 - 1893 Benz Motor Car (25 units produced)
Daimler Motorwagen 1886 Daimler Motor
Car
Daimler Stahlradwagen 1889 (2)
Benz Victoria / 5Hp / Vis-a-Vis / Phaeton 1893 - 1896 (452)
Benz Velo 1894 - 1900 (572)
Daimler Riemenwagen 1895 - 1899 (150) In 1896 de eerste taxi
Benz Omnibus 1895 - 1896 (4)
Benz Dos-a-Dos 1897 - 1901 Eerste auto met boxermotor
Benz Ideal 1898 - 1902 (300)
Daimler Phoenix 1897-1902 (140)
Benz Mylord Coupe 1900
Mercedes 35 hp 1901 (36) transitie van 'koets met motor' naar automobiel
Benz Spider 1902 .

Mercedes Simplex 45 HP 1902 - 1905 (1,510), tevens eerste Mercedes geproduceerd in USA

Benz Parsifal 35/40 1903 - 1907

Mercedes 28/32 1904 - 1909
Mercedes Phaeton 28 1905
Benz Omnibus 1906 - 1914
Mercedes Mixte 1907 - 1914 Eerste hybride auto
DMG Dernburg 1907 Eerste 4-wiel aangedreven auto
Mercedes 24/40 Landaulet 1907 - 1910
Benz "Prinz Heinrich" 1908 - 1911

Blitzen Benz 1909

Benz 22/35 22/40 22/50 1909 -
1915 Eerste Benz auto met cardan aandrijving

Benz 14/30 1909 - 1915

Mercedes Knight 16/40 16/45 16/50 1910 -
1924 (5,500)

Benz 10/30 1912 - 1927

Mercedes Grand Prix Racing Car 1914

Doordat
hun financiers, waarvan de Deutsche Bank de belangrijkste was, vooral
het leger en de overheid als afzetmarkt zagen, waren de Daimler
Motoren-Gesellschaft en Benz & Cie rond 1910 de slag op de
wereldmarkt voor personenauto’s aan het verliezen.
Gedurende de Eerste Wereldoorlog
schakelden beide bedrijven volledig over op de productie van
oorlogsmaterieel, want in het Duitse leger viel wat
motorisering betreft nog een flinke inhaalslag te maken en werd n rap
tempo voornamelijk rollend materieel voor militaire toepassingen
ontwikkeld en geproduceerd.
Benz
18/45 1914 -
1921
Benz 16/50
& 21/50 & 28/95 1914 - 1924

Mercedes
28/60 Knight 1915


Mercedes 28/95 Sports Tourer 1921 - 1923

Benz 6/25/38 hp 1921 Eerste productie auto met compressor

Mercedes 28/95 Targa Florio 1922
Benz 10/40/65 hp 1923 – 1924 (851)


In 1926 fuseerden Daimler en Benz, mede om de restricties, opgelegd door het Verdrag van Versailles het hoofd te
kunnen bieden, en de auto's komen vanaf dat moment als Mercedes-Benz op de markt.
5/25
PS 1926 / 1928 (W01 / W14) Typ
8/38 PS 1927
- 1933 (W02)

G1
1926 - 1928 (W103) (7)
12/55
PS 1926 - 1929 (W03/04) typ 300 / 320 (3,705)

14/60
PS 1926 - 1929 (W05) typ 350 (727)


SS 1928 (W06) (102)

710 SS
1928
(W06) (111)
680S Saoutchik 1928 (18)
770 (Grosser)
1930-1938
(W07) (117)
Mercedes-Benz Nurburg 460 / 500 Pullman
(W08) 1928 - 1933 (1,508)
Mercedes-Benz Nurburg
Sport Roadster (W08) 1929

10/50 hp "Stuttgart" 200/260 (W11) 1929 - 1933 (6,757)

Aan het begin van de jaren ’30 keerden de kansen voor
Mercedes en waagde het bedrijf zich, naast het produceren van
personenwagens, ook weer aan de racerij.
L1000 Stuttgart (W37) 1930
Mercedes-Benz 170 1931 - 1936 (W15) Eerste auto
met onafhankelijke wielophanging.
Door technisch consultant Josef Ganz, ontworpen, die tevens de Maikäfer bouwwijze ontwikkelde voor de 120H
(W17), een kleine vierpersoonsauto met een ruggengraatchassis, een
achterin geplaatste luchtgekoelde viercilinder boxermotor en een
stroomlijncarrosserie, die resulteerde in de 130H (W23). De auto
werd met deze licentie door de Standard Fahrzeugfabrik Ludwigsburg de
basis van de succesvolle Volswagen Kever.

Typ 290 limousine 1933 - 1937 (W18) (3,929)
Typ 290 Cabriolet
A 1933 (W18)
Typ 290 Cabriolet
B 1933 (W18)

Typ 380 Cabriolet
C 1934 (W19)
200 Pullman 1934 - 1936 (W21) (9,281)
Zelfs voor naoorlogse begrippen was deze diesel personenauto zuinig. In vergelijking met de Mercedes-Benz 200 benzineversie verbruikte de 260 D vier liter brandstof per honderd kilometer minder. En hoewel een liter diesel in 1936 slechts 17 Pfennig kostte (de helft van een liter benzine) was het voor calculerende taxichauffeurs een extra reden om de dieselversie van Mercedes-Benz te kiezen.
..
200
Cabriolet
1933 – 1936 (W21)
380S
Cabriolet
1933 – 1934 (W22)

130H 1934 (W23) (4,298)
500K 1934 - 1936 (W29) (342)

540K Cabriolet B 1936 (W29) (296)
540K Streamliner 1936 (W29)


W31 G3a 1933 (6 wheels)
W31 G4 1934 - 1939 (6 wheels) (57)
"De lak moet eraf!" verkondigde autosportchef Alfred Neubauer,
en schreef daarmee autosportgeschiedenis. Want uitgerekend de avond
voor de Eifel GrandPrix in 1934 zag het autosport team zich voor een
groot probleem geplaatst:: de spiksplinternieuwe Mercedes-Benz
racewagen woog 751Kg. Dat was volgens de nieuwe regel exact 1Kg te
veel. Dus schraapten de Mercedes-Benz monteurs s'nachts de witte verf
van de bolide. Er kwam een matzilveren wagen onder vandaan, die exact
750Kg woog. De race op 3 juni 1934 eindigde in een legendarische
overwinning: voor de 'Silberpfeil.

170V 1935 - 1953 (W136) (3,002)

170S Cabriolet A 1949 - 1951 (W136) (830)
260D 1936 - 1940 (W138) (1,967)

.
130V 1936 (W144) (18)

540K 1936 - 1943 (W24) (419)

170H Saloon 1936 - 1939 (W28) (1,507)
320 Cabriolet A 1937 (W142) (4,326)
320 Cabriolet B 1937 - 1942 (W142)
320 Streamline Saloon 1938 (W142) (885)
W125 1938 Recordwagen
Vrijdag
28 januari 1938 was voor Mercedes-Benz een heuglijke dag. Hun
revolutionaire W125 Rekordwagen reed op die dag 432,7 km/u op de
afgesloten Reichautobahn Frankfurt–Darmstadt. Dat stuk van de
huidige A5 was speciaal zo recht mogelijk aangelegd om als
recordbreekplaats te dienen. Coureur Caracciola wist zijn Mercedes met
5,6 liter V12 zowel op de heen- als op de terugweg veilig thuis te
brengen. De 736 pk waren voor die tijd een onwaarschijnlijke
hoeveelheid vermogen. Het record hield bijna 80 jaar stand.

Vanaf 1937 focussed de productie zich voornamelijk op militair materieel zoals trucks en vliegtuigmotoren en de productie van personenwagens komt in 1942 vrijwel volledig tot stilstand
W139 170VL 1936 - 1942
W142 170VK Kübelwagen 340 1939 - 1942 (1,805)
G5 - W152 1937 – 1941 (378)
Type
230 W143
1937 – 1941 (19,324)
Type
230 Cabriolet W143
1937 – 1941 (20,336)

770 Series II - W150 1938 –1943 (205)
Type
230 - W153
1938 - 1943 (4,210)
600 K - W157
(W148) 1941 - 1942 (12)
L1500 A 1941 - 1943 (4,900)
W154 1939 Grand Prix racing car
W165 1939 tripoli Grand Prix racing car
In mei 1947 konden de eerste 170V limousines weer aan de (schaarse) klanten geleverd worden.
In 1948 werd de waardeloze Reichsmark vervangen door de D-Mark en
stemde het Congres van de Verenigde Staten in met een hulpplan voor
Europa.
Voor Duitsland betekende dit een geldinjectie van 3,2 miljard US-dollars.
De hoogste baas van Daimler-Benz, Wilhelm
Haspel, had van de Duitse banken speciale kredieten verkregen om de in puin liggende fabrieken weer op te kunnen bouwen.
Hierbij werd Sindelfingen
het centrum voor de productie van personenwagens en in Untertürkheim
zouden overwegend motoren, assen en toeleverdelen gemaakt gaan worden.
Door de financiële ruimte konden de ontwikkelafdelingen weer volop gaan
draaien en zo ontstond in 1949 de 170S (W136 IV), die naast de 170VI n
productie ging.
Er verscheen nu ook een dieselmotor in de 170VI (170ID), de OM636 die
een verdere ontwikkeling was van de OM138 uit de W138 260D.
In 1952 kreeg de MoPf (ModelPflege ofwel upgrade) van de 170S de 'baureihe'
(chassisnummer gerelateerde type) aanduiding W191.
170S 1949 - 1955 (W191) (72,085)
A320
1948 (W142)
Unimog 1951 - heden (U40x) UNIversal MOtor Gerät
220 1951 - 1955 (W187) (18,514)
300
1951 - 1958 (W186, W188 en W189)
Adenauer (4,563)
W194 GP 1952

W196 R 1954

W196 Monza
1954

In juli 1953 presenteerde Mercedes-Benz een voor “das Haus” volledig nieuw model, die een zelfdragende carrosserie had.
Deze 180 (W120)werd in de volksmond al snel de “bolhoed” genoemd, omdat
je er met de hoed op in kon zitten. Een journalist noemde dit model een
“Ponton”, omdat de motor, de versnellingsbak en de complete vooras op
een apart chassis geplaatst waren en dat leek volgens hem op een ponton
(= brug).
Qua motoren werd gebruik gemaakt van de oerdegelijk en betrouwbare motoren uit de 170 reeks, namelijk de M136 voor de benzine modellen en de OM636 voor de diesels.
W120 / W121 1953 - 1961 (Ponton (114,046)

W121 Binz 1955 - 1961 (Combi, Estate, Pick-up & Wagon Coach builder) Eerste station & pick-up uitvoeringen.
W180 1954 - 1959 (84,645)
W21
Renntransporter 1954 Racewagen transporter op basis van de
W188 om beschadigde raceauto's zo snel mogelijk naar de fabriek in Untertürkheim te transporteren.
W196 S 1955 (300SLR). Na de Le Mans crash trok Mercedes-Benz zich terug uit de autorace sport om pas in 1984 in de DTM, in 1985 met motoren voor Sauber en in 2010 mer een eigen F1 merkstal terug te keren..
W198 SL Gullwing Coupe 1955 - 1957 (1,400)

W198 SL Roadster 1957 - 1963 (1,858)

W121 190SL 1955 - 1963 (25,881)


W128
1958 - 1961 (3,916)

In 1958
nam Daimler-Benz het Auto-Union concern over. Auto-Union was
ontstaan uit een samenvoeging van Audi, DKW, Horch en Wanderer. De
fabriek in Ingolstadt produceerde o.a. de L319 tot deze in
1961 werd
verplaatst naar Dusseldorf.
Toch was er wel een groot verschil bij de ontwikkeling van de
automodellen in Amerika en die in Europa. In Amerika werden de modellen
vrijwel
ieder jaar gewijzigd en dat was (en is) niet het geval bij de
autofabrieken in Europa.
Professor Dr. Fritz Nallinger, chef ingenieur bij Daimler-Benz stelde
midden september 1956 zijn concept met de eenheidscarrosserieën voor.
Er moest een modellenreeks komen waar Daimler-Benz tot in de zestiger
jaren mee vooruit kon. Deze auto zou als de “Heckflosse” bekend
worden.
W110 1961 - 1968 Heckflosse (628,282)

W111 1960 - 1966 (370,807)
W112 1961
- 1965 (6,748)

W100 1964 – 1981 GroBe (2.677)

W108 / W109
1965 - 1972 (383,361)
In
1960 nam Daimler-Benz het Maybach concern over die speciale carosserie
varianten produceerde, in 2002 onder deze merknaam een prestige
variant introduceerde, maar door gebrek aan verkoopsucces in 2012
verdween als automerk.
Maybach 1960 - 1972
Pullman 1964 - Heden W100, W109, W115, W123, W124, W126, W140, W210, W220
W113
Alhowel toegepast vanf de 30'er jaren is de W113 de eerste Mercedes-Benz die (optioneel) geleverd kon worden met Metallic Lak.

W113

O309
C-111 1969 Concept Wankelmotor met de laagste CW-Waarde (0,191)
De W114 / W115 modellen waren de eerste naoorlogse Mercedes-Benz productie auto's met een volledig nieuw ontworpen chassis. Deze nieuwe chassisbasis zou worden gebruikt in alle nieuwe Mercedes modellen personenauto's tot de ontwikkeling van de multi-link achterwielophanging van de jaren 1980. In 1974 de eerste personenauto met 5-cilinder dieselmotor.
W114 / 115 1968 - 1976 Strich 8 (1,919,056)
De overname van Hanomag-Henschel
legt de basis voor de reeks kleine personenvervoer en bestelwagens. De
Harburger Transporter werd geproduceerd in de voormalige Borgward fabrieken in Bremen.
L206 / L207 1969 - 1977 (304,000)
C107 1972 - 1981 (62,888)
R107 1972 - 1989 (237,287)

Als
eerste auto ter wereld werd de W116 in december 1978 leverbaar met ABS
en gordelspanners
en was tevens de eerste
turbodiesel personenwagen ter wereld.
W116 1972 - 1979 (473,035)



C123 1977 - 1985 (99,884)

S123 1978 - 1986 Eerste MB ontworpen stationwagen. (199,517)
TN 1977 - 1995 (T1) (870,000)



In januari 1974 werden de belangrijkste eisen voor een compacte,
zuinige Mercedes-Benz
gedefinieerd door Professor Hans Scherenberg, toenmalig Hoofd van
Ontwikkeling. "Het is duidelijk dat
dit een typische Mercedes-Benz moet worden. We mogen dus geen
compromissen sluiten wat betreft verfijning, veiligheid en de
karakteristieke eigenschappen waar Mercedes-Benz bekend om staat." Het
eerste plan van aanpak voor modelserie 201 bevatte op 4 februari 1974
de volgende omschrijving: "Het doel van dit product is niet om toe te
treden tot de markt voor middenklasse voertuigen, een markt die al vele
jaren vertegenwoordigd wordt door merken als Opel en Ford. In
tegendeel, het 201 model zal zich duidelijk onderscheiden van deze
modellen door de kenmerkende eigenschappen die klanten verwachten voor
wat betreft kwaliteit, veiligheid en verfijning."
Actieve en passieve veiligheid waren vele generaties lang de kernaspecten van Mercedes-Benz. Modelserie 201 zette hierbij de nieuwe standaard, zowel in vergelijking met overige Mercedes-Benz modellen als met de concurrentie. Een belangrijke rol in de actieve veiligheid werd vervuld door de onafhankelijke multi-link achterwiel ophanging met vijf links verspreid over verschillende punten. Het werd de standaard voor alle latere achterassen van Mercedes-Benz.
190 W201 1982 - 1993 Baby Benz (1,879,629)
E-Klasse
W124
1985 - 1996 eerste auto met (optionele) ASR (Active
Skid Reduction) en 4-Matic (2,562,143)
Vanaf 1993 wijzigd de type aanduiding. De E staat nu voor de modelklasse ipv motoreigenschap.

S124 1985 - 1996
C124 1987 - 1996
A124 1990 - 1996
C126 1986 - 1991 (W126 SEC) (74,060)
CW311 Isdera Imperator 1984 - 1993
Ontworpen
door Eberhard Schulz in samenhang met tuner B&B . Had in eerste
instantie de naam Mercedes C311 . Schulz richtte zijn eigen designburo
op onder de naam IsDeRa en de auto werd omgedoopt naar Imperator 108i

SL-klasse 1989 - 2001 (R129) (314,300)

S-Class
1991 - 1998 (W140) (406,717)
Mercedes-Benz produceerde de eerste zelfrijdende prototypes van de W140 S-klasse die, zelfrijdend, 1,678 kilometers van Munchen naar Kopenhagen reed in 1995.
S-Class 1992 - 1998 (C140) (26,025) Eerste auto met ESP (Electronic Stability Program)

C-Klasse 1993 - 2001 (W202) (1,847,382)

Sprinter 1995 - (T1N W901-905) (1,300,000)
Vario 1996 - 2013 (O814 BM667/668/670) (90,743)
Lotec 1995 (C1000)
E-Klasse 1995 - 2002 (W210) (1,653,437) Berucht wegens roestproblemen

SLK-Klasse 1996 - 2004 (R170) (311,222)

VITO
1996 - 2003 (W638) (310,000)
Bouwkwaliteit, betrouwbaarheid en afwerking waren niet op het traditionele Mercedesniveau

A-Klasse 1997 - 2004 (W168) (1,100,000)

M-Klasse
1997 - 2005 (W163) (176,000)


SMART 1998 -
2014 (W450 / W451)


CLK-Klasse 1998 - 2003 (W208 / A208)

CL-Klasse 1999 - 2006 (C215) (46,800) Eerste uitvoering met ABC (Active Body Control) en BI-Xenon

C-Klasse 2000 - 2007 (W203) (630.000) Deze C was, net als veel andere Mercedes-modellen uit deze tijd, erg roestgevoelig. Na 2002 werden de C-klasse Mercedessen volledig verzinkt afgewerkt en zijn ook de gebruikte lakken en de wassoorten voor de corrosie preventie in holle ruimtes verbeterd.

C-Klasse Coupe 2000 - 2008 (C203)

SL-Class 2001 - 2011 (R230) (169,434) Eerste auto met SBC (Sensotronic Brake Control)

CLK-Klasse 2002 - 2009 (W209 / A209) (360,000)

E-Klasse 2002 - 2009 (W211) (1,753,300) Eerste auto met Intelligent
Light System. Tot modelpflege 2006 problemen met het SBC systeem.

Maybach
2002 - 2013 (W240)

Vaneo
2002 - 2005 (W414) (55,000)

V-Klasse 2003 -2014 (W639)

In 1998 fuseerde Chrysler met Daimler-Benz
en werd DaimlerChrysler
gevormd. Een van de resultaten was de Chrysler Crossfire.
De Crossfire werd uitgerust met een M112
V6 motor en deelt meer dan de helft van haar componenten met
de Mercedes-Benz SLK-Klasse.
(R170).
In 2007 werd de fusie ontbonden,. De samenwerking met Mitsubishi (en
voor motoren met Nissan / Renault) werd wel gecontinueerd o.a. door een
meerderheidsbelang in Mitsubishi Fuso Truck and Bus Corporation.
Crossfire 2004 - 2005 (DaimlerChrysler) (76,045)

SMART forfour 2004 - 2006 (W454)

SLR-Klasse 2004 - 2009 (C199) (2,157)

SLR-Mclaren "Stirling Moss" 2008 (Z199) (75)
SLK-Klasse 2004 - 2010 (R171) (220,000)
CLS-Klasse 2004 - 2010 (C219) (170,000)

A-Klasse 2004 - 2012 (W169)

M-Klasse 2005 - 2011 (W164) (191,163)


GL-Class 2006 - 2012 (X164) (160,000)
R-Class 2006 - 2013 (W251)

S-Class 2006 - 2013 (W221) (537.519) Eerste type leverbaar als Hybride en met (optioneel) PRE-SAFE , Night View en High Beam Assist

CL-Class 2007 - 2014 (C216)
CLC-Klasse 2008 - 2011 (CL203) (370,000)

C-Klasse 2007 - 2014 (W204) (2.400.000)

In 2008 reduceerde de mondiale
economische crisis de productie aantallen en winstmarges.
Daar
waar de amerikaanse auto-industrie zware klappen kreeg, overleefde de
japanse en europese autofabrikanten deze periode door de, al
vroegtijdige, strategie om zich te richten op brandstof economische
modellen en technieken.
E-Klasse 2009 - 2010 (C207 / A207) (44,120 / 4,750)
E-Class 2009 - 2016 (W212 / S212)

GLK-Klasse 2008 - 2015 (X204) (540,089)

Mercedes-Benz keerde in 2010 weer met
een fabrieksteam terug in de Formule 1
CLS-Klasse 2011 - 2014 (C218)
C-Class Coupe 2011 - 2015 (C204)
ML-Klasse 2011 - 2015 (W166) (331,802)

GLS-Klasse 2012 - 2015 (X166) (222,695) Vanaf dit model wordt de SUV aanduiding in lijn gebracht met de personenwagens, dus GL gevolgd door A, C, E of S.
G63-AMG 2013 - 2015 (W463)
Voor de huidige reeks modellen klik hier
De driepuntige ster omsloten door een cirkel die Mercedes als beeldmerk voert is in 1909 als zodanig gedeponeerd en siert sinds 1910 bij veel (maar niet alle) Mercedessen de radiateur op. Van de drie punten in de ster wordt gezegd dat zij een verwijzing zijn naar het feit dat het de bedoeling was van Gotlieb Daimler om motoren te bouwen voor gebruik te land, ter zee en in de lucht. Toen in 1926 de firma's Daimler-Motoren-Gesellschaft en Benz & Cie. fuseerden tot Daimler-Benz AG besloten zij het merk Mercedes-Benz te gaan voeren, met behoud van de Mercedesster.

Met dank aan TIKO Mercedes Benz oldtimer Onderhoud Almere & Computer Unlimited Laptop reparatie & PC support / onderhoud specialist